Lion Heart Foundation
  

WEBLOG

Kippenvel op onze armen - 24 Januari 2015
door: Jacob en Carolien van der Ende

Alusine is een jongetje van vijf jaar die eind december wordt binnengebracht in een behoorlijk slechte toestand. De plek waar hij vandaan kwam maakte hem zeer verdacht voor Ebola: zijn oma die in zijn huis woonde was positief bevonden voor het virus. Het huis en alle inwonenden worden voor minimaal drie weken in quarantaine gesteld. Een ieder die ziek wordt of koorts krijgt in deze periode is verplicht zich te melden op de daarvoor bestempelde locaties. Dit is vastgelegd in de extra wetten die tijdens de epidemie zijn opgesteld. De kleine Alusine was thuis ziek geworden. Zijn vader kwam hem brengen naar het ziekenhuis met handschoenen aan en een muts op, bang dat zijn zoon hem zal besmetten. Ookal is de diagnose nog niet gesteld, de syptomen van Alusine waren zeer suggestief: ernstige diarree, ernstig verzwakt, niet meer in staat om te eten, nog net in staat om te drinken.

De vader wordt samen met zijn zoon opgenomen op de isolatie-afdeling. Een bloedbuisje wordt afgenomen en naar het lab gestuurd op enkele uren rijden vanaf het ziekenhuis. Ondertussen verslechterd de toestand van Alusine en wordt zijn kleine lichaam zoveel mogelijk ondersteund met antibiotica en vocht met een juiste cocktail aan zouten. Hij is nu zo ziek dat zijn vader aan de andere kant van de isolatieafdeling wordt gelegd, zo ver mogelijk bij zijn virulente zoon vandaan. En dan komt de bevestiging van hetgeen iedereen al vreesde: Ebola. Het virus is aan haar opmars begonnen om in sneltreinvaart de organen van de kleine West Afrikaan kapot te maken. Om al het vocht uit hem te knijpen als uit een afbrokkelende spons. De statistieken zullen zijn lot gaan bepalen. Vier op de tien mensen die worden besmet met de Zaïre-strain van het Ebola-virus vertrekken uiteindelijk met het kortste strootje richting de poorten van Petrus. 

De ochtend na de uitslag van de bloedtest wordt Alusine overgeplaatst naar het behandelcentrum van Artsen Zonder Grenzen. De twintig passen van de isolatieafdeling naar de ambulance wordt hij begeleid door Foday. Een Ebola survivor. Foday is één van de vijf verzorgende uit het ziekenhuis die besmet is geraakt. Vier van de vijf zijn er overleden, twee van deze vier heeft hij met eigen ogen elke dag een stapje achteruit zien zetten. Zelf dacht hij ook dat hij dood zou gaan. Elke nacht probeerde hij wakker te blijven, forceerde zichzelf uit bed te gaan om zoveel mogelijk in beweging te blijven. ORS te drinken. Blijven vechten om het lichaam sterk genoeg te houden om niet verder weg te zakken onder de bizarre kracht van het virus. Naarmate het slechter met je gaat wordt je verplaatst naar een andere tent. De laatste tent voordat je naar het mortuarium gaat is de tent waar de patienten liggen die veel braken en diarree hebben. Foday heeft in deze tent gelegen. Alusine, zei het in een ander behandelcentrum, heeft ook in deze tent gelegen. Maar beiden waren ze te sterk voor de laatste stap achteruit.

Het is 21 januari als een grote witte auto met Artsen Zonder Grenzen-stickers stopt voor het hek van het ziekenhuis. Op de achterbank, tussen twee AZG-artsen in, zit een kleine Afrikaan te glunderen met een rol koekjes in z'n hand: het is Alusine! Na ruim drie weken opgenomen geweest te zijn in het tentencomplex is hij vanochtend ontslagen. Op de voorstoel ligt het bewijs: het certificaat dat vertelt dat deze jongen een survivor van Ebola is en derhalve geen gevaar meer vormt voor de mensen om hem heen. Zijn naam gonst direct tot in alle hoeken van het ziekenhuis, binnen enkele minuten dromt men zich om de auto heen. Iedereen wil de jongen zien die zo ziek was toen hij ons verliet. Ook Foday staat erbij. Toen hij Alusine de ambulance in liet stappen was hij nog even naast hem gaan zitten. De kleine jongen was in tranen uitgebarsten, bang voor wat hem allemaal te wachten staat. Foday wist wat hem allemaal te wachten stond en kon allemaal maar hopen dat de statistiek ook Alusine genadig zou zijn. Hij weet de kleine jongen gerust te stellen.

Nu staan ze weer oog in oog. Beiden een survivor. Foday, verlegen van aard, komt toch dichterbij. Samen op de foto. Alusine in de armen van Foday. Kippenvel op onze armen.

Voor meer belevenissen van Jacob en Carolien klik hier

 

 BLOGS << >> 
BLOG
Jacob en Carolien van der Ende werkten een jaar in het LHMC en schreven een blog over hun belevenissen
lees meer >
WILDE GANZEN
Steunt zowel de bouw van de isolatieafdeling, als het bouwen van een solarpark bij het Lion Heart Medical Centre!
lees meer >